Gelukkig hebben we de albums… en de AC/DC-tribute

Tributebands zijn een wonderlijk fenomeen. Een paar muzikanten die zo idolaat zijn van een groep, dat ze deze proberen tot in de kleinste details te kopiëren. Dat leidt niet altijd tot een succesvolle formule. Let wel: een tribute is iets wezenlijk anders dan een coverband. Bij een tribute gaat het echt om het benaderen van het origineel – in alles. Dat lukt vaak net niet, zeker niet als de originele band over een zanger beschikt die het behang van de muren doet krullen. Of deed. Zoals Brian Johnson, de frontman van AC/DC die in 1980 het stokje overnam van de al even markante en legendarische Bon Scott.  Diezelfde Johnson die nu door Axl Rose wordt vervangen omdat de man-met-het-petje zijn gehoor permanent dreigt te verliezen als hij bij AC/DC door zou gaan met optreden.

Voordat ik de brug sla naar de tribute, moet mij van het hart dat ik iets vind van het vertrek van Johnson en zijn vervanger. Fans in België retourneerden massaal hun tickets omdat ze Rose niet zien zitten. Ze hebben gelijk. Rose is niets minder dan een belediging voor de fans en komt – zelfs in zijn beste dagen – niet eens in de buurt van Johnson. Die dagen zijn overigens al eeuwen voorbij. Jaren geleden toen Guns ’n Roses nog groot was, werd Whole Lotta Rosie als vaste cover opgenomen in de liveset van die Amerikaanse band. Het was zonder uitzondering altijd tenenkrommend.  De man die het nummer stelselmatig om zeep hielp, wordt nu de frontman van AC/DC. Los daarvan: Malcolm Young – de schicht in het midden – doet niet meer mee. Drummer Phil Rudd wordt vervangen door Chris Slade. Johnson door Axl Rose. Ofwel: Angus en bassist Cliff Williams zijn de enige nog originele leden.

Op een gegeven moment moet een band gewoon zeggen: het is klaar. Zeker als de frontman er niet meer bij is. Stones zonder Jagger: zou ondenkbaar zijn.

AC/DC is gewoon klaar. Gelukkig hebben we de platen nog. Briljante platen zoals ‘Highway to Hell’, ‘Back in Black’ en ‘The Razors Edge’. Vooral Back in Black was voor mij een openbaring. Ik hoorde die plaat voor het eerst bij een achterneef. Die plaat begint met Hells Bells. Het klokgelui, de gitaarriffs van Angus en Malcolm, daarna de rest van de band. Maar vooral: die strot van Johnson. Wat moest iemand doen om zo’n strot te krijgen?  AC/DC reisde vanaf dat moment met mij door het leven, tot en met Thunderstruck dat bij menig sportevenement tegenwoordig als anthem wordt gebruikt, met een meesterlijke leadriff. Als je je tienjarige koter naar een gitaarles stuurt en het eerste dat hij leert is het riffje van Thunderstruck (zonder verder ook maar één noot fatsoenlijk te kunnen spelen), dan weet je als muzikant dat je een monument hebt gecreëerd. Tegelijkertijd pleit ik ervoor om in elke gitaarhandel een bordje op te hangen met een snoeihard verbod op het spelen van die riff (net als een verbod op het intro van Stairway to Heaven). Er is maar één die die riff kan en mag spelen. Angus.

Eén? Nee. Na woensdagavond – de rockavond van het artiestengala in de feesttent in Emmer-Compascuum – is er nog iemand die dit mag. De gitarist – Erwin Wuite – van ACinDC, een tributeband die voortkomt uit andere tributes Action in DC en High Voltage. Zelden een mooiere hommage naar het origineel gezien en gehoord. Ook omdat zanger Wouter Kerkhofs akelig dicht in de buurt komt van het geluid van Johnson in zijn topdagen.  Ik hoorde Johnson. Ik zag hem zelfs. Ik hoorde Angus. Ik zag hem. Elke riff, elke noot, elke beweging: AC/DC. Een ware tribute en wat mij betreft op dit moment beter dan het origineel.