Het muziekjaar 2016

In het Top 2000 Café dat zoals elk jaar tijdelijk is gehuisvest in Beeld en Geluid in Hilversum, zijn zes foto’s opgehangen. David Bowie. Glenn Frey. Maurice White. Prince. Leonard Cohen. En op tweede kerstdag kwam daar George Michael bij. Het muziekjaar 2016 in zes foto’s.

Ze hangen er nog niet eens allemaal. Een fan heeft zelf op een briefje de naam van Rick Parfitt geschreven en onder de foto’s opgehangen. Een van de drijvende krachten achter Status Quo overleed een dag voor kerst. Zijn maatje op het podium, Francis Rossi, liet de pers weten nog helemaal niet klaar te zijn geweest voor de dood van Parfitt.

Kun je ooit klaar zijn voor de dood?

Ja. Bowie wist dat hij ging en beschreef het in ‘Lazarus’ op het laatste album ‘Blackstar’. Cohen wist het en schreef erover in de teksten op zijn laatste plaat ‘You Want It Darker’.

I’m ready, my Lord.

Bowie en Cohen wisten dat ze met de laatste levensfase bezig waren.

Prince niet. Maurice White? Hij leed aan de gevolgen van de ziekte van Parkinson, maar dat deed hij al sinds de jaren tachtig. De man overleed in zijn slaap. Glenn Frey kreeg te maken met een longontsteking waarvan hij niet herstelde. Geen van deze mensen lieten een grafschrift na zoals Bowie en Cohen.

En dan George Michael. 53. Dan hoort het pas te beginnen. Dat was ook het plan: er zou een langverwacht, nieuw album komen. Michael werd door zijn partner in bed gevonden. Vermoedelijke oorzaak: hartfalen. Ik las direct al de verhalen over het drugsgebruik. Op mijn bureau staat het boek ‘Life’ van Keith Richards die de godganze apotheek door zijn aderen heeft gejast en nog steeds speelt,  soloalbums produceert, door Zuid-Amerika toert met zijn bandje en met datzelfde bandje de beste plaat sinds ‘Exile on Main Street’ opneemt. In drie dagen tijd. Alsof de dood hem op de hielen zit.

Maar de dood lijkt Keef niet op de hielen te zitten. De dood nam daarentegen op tweede kerstdag het leven van een artiest die ons nog een en ander in het vooruitzicht had gesteld. Eerlijk is eerlijk: ik keek er ook naar uit.

Ik postte op Facebook na zijn dood het clipje waarin Michael met Queen ‘Somebody to Love’ speelt. Dat was voor mij het moment waarop ik hem durfde te omarmen. Deze man, waarvan duizenden meisjes posters boven hun bed hadden hangen en hem daarmee voor mij diskwalificeerde als serieus te nemen artiest, kon zingen. Glaszuiver zingen met een beleving die meer dan recht deed aan Freddie Mercury.

Een van mijn volgers postte nog een ander clipje. Van George Michael die het nummer repeteert met de band. Je ziet een man die staat te genieten. Je ziet ook een man die weet dat de wereld hem na deze performance zal overladen met roem en hem – eindelijk – op zal nemen in de galerij van Grote Artiesten.

Bowie staat in een hoekje toe te kijken. Misschien doet hij dat nu ook, terwijl Michael samen met Prince een nummer van Earth, Wind and Fire repeteert.

En Cohen schreef nog een gedicht.