Een andere blik op de stomerij

Vanuit mijn eigen tekstbureau loop ik al een aantal jaren mee in de wereld van de textielverzorging. Voor de leek: stomerijen en professionele wasserijen. Vijf jaar geleden kwam ik voor het eerst in aanraking met deze branche, niet gehinderd door enige kennis. Sterker: ik kan onze eigen wasmachine nauwelijks bedienen, laat staan dat ik wist hoe een professioneel textielreinigingsbedrijf opereerde. Toch vond ik direct een boeiende industrie, vooral omdat juist deze bedrijven in het hart van onze maatschappij werken. Denk er maar eens over na: we hebben allemaal op enig moment schoon textiel nodig.

Na vijf jaar kan ik één conclusie meer dan gerechtvaardigd trekken: ik heb in die periode geen enkele andere branche zo snel zien veranderen als de professionele textielverzorging. De ontwikkelingen gaan met sprongen van lichtjaren: in de techniek, de marketing, de services, duurzaamheid… alles. Dat komt omdat er een nieuwe generatie opstaat. Jonge gasten die snappen dat de wereld op een ander soort dienstverlening zit te wachten. De nieuwe wereld in textielservices dient zich aan. Die jonge garde gaat aan de slag met data-analyse (heel voorzichtig wordt er zelfs gesnuffeld aan big data, ook dat komt eraan), voeren moderne managementmethodes in zoals Lean, ontwikkelen en implementeren nieuwe businessmodellen in een toch van oudsher behoorlijk traditionele industrie. De moderne wasserij is zo langzamerhand een volwaardig IT-bedrijf geworden. Met laundry dashboards die gekoppeld zijn aan de machines en vervolgens als Enterprise Resource Planning-systemen de hele productie- en logistieke keten aansturen. Er wordt gewerkt met ultra-high frequency RFID voor het foutloos inscannen en verwerken van het aangeboden textiel. Ultimo kan de klant alles volgen via websites en apps.

Uitersten

Het meest interessante is de ontwikkeling van nieuwe businessmodellen. Hoe gaaf is dit: new kids on the block die van buiten de branche komen, maar binnen die textielverzorging aantonen dat deze markt veel meer kan betekenen in de breedste maatschappelijke zin. Dit jaar mocht ik voor het eerst als jurylid meedoen aan een Award-verkiezing waarin textielservicebedrijven wereldwijd kunnen meedingen. Twee projecten vielen direct op door de sterk afwijkende businessmodellen en die zijn dan ook in de prijzen gevallen. Twee projecten die buiten de branche zijn opgezet, maar wel laten zien tussen welke uitersten de branche zich nu beweegt. Het ene project maakt het jonge, goedverdienende upperclass Britten zo gemakkelijk mogelijk om de was via een app uit te besteden aan een professionele reiniger, het andere project rijdt in Australische steden rond met een feloranje busje en bezoekt daarmee dak- en thuislozen. In dat busje zijn een wasmachine en twee drogers gebouwd, zodat daklozen hiermee hun kleding – doorgaans nog hun enige bezit – kunnen wassen.

Laundrapp

Ik vind dat mooi. Dat geldt voor beide projecten. De bedenker van het Britse concept Laundrapp is Edward Relf, iemand die zijn sporen met diverse succesvolle startups heeft verdiend met bijvoorbeeld een educatief programma voor kinderen. Laundrapp is ontstaan uit een eigen behoefte: geen tijd voor de was, maar te veel gedoe om die was naar een stomerij te brengen. Laundrapp noemt hij zelf de ‘Uberization  van de wasmand’. Briljant gevonden. In de app geef je aan dat je een wasmand vol hebt. Vervolgens wordt de dichtstbijzijnde chauffeur opgeroepen. Die haalt de was op en brengt het naar de dichtstbijzijnde aangesloten textielreiniger. Terugbrengen kan op elk gewenst moment, op elke gewenste plek – kantoor of zelfs een restaurant, als dat beter uitkomt. Een en ander is mogelijk door een ingenieus GPS-tracking systeem zoals taxiservice Uber dat inderdaad ook kent.

Orange Sky Laundry

Het andere project is Orange Sky Laundry (OSL) in Australië. De oprichters Nic Marchesi en Lucas Patchett hebben absoluut mijn sympathie gestolen. In oktober 2014 ging het eerste busje rijden in Brisbane. Met een wasmachine en drogers langs daklozen: om gratis hun kleding te wassen én om een gesprek te hebben. Kleding wassen als middel om contact te leggen, om te praten. Inmiddels doet OSL in vrijwel alle grote Australische steden totaal 5,8 ton aan textiel per week, maar veel belangrijker: de chauffeurs op de bussen voeren 1200 ‘echte gesprekken’ per week. Ga je toch heel anders kijken naar textielreiniging. Dan wordt de ‘stomerij’ een maatschappelijk trefpunt en gaat het om veel meer dan een schoon kostuum.

Maar misschien is dat altijd wel al het geval geweest…