Edge Computing als bijdrage aan beter milieu

‘Het einde van cloud computing lijkt in aantocht’. Het is de titel boven een artikel dat onlangs in het blad TITM (Tijdschrift IT Management) verscheen. De redacteur haalt in dit artikel uitspraken aan van venture capatalist Peter Levine die in edge computing de volgende grote verandering in IT ziet. In het stuk wordt edge computing beschreven als een technologie waarbij rekenkracht zo dicht mogelijk bij de databron wordt ingezet om op die manier het dataverkeer over netwerken te minimaliseren. Data die veel wordt gebruikt, wordt zo dicht mogelijk bij de gebruiker verwerkt. Data die minder frequent wordt gebruikt, kan centraal worden opgeslagen in de cloud. Er ontstaat een scheiding tussen hot en cold data.

Een voorbeeld dat vaak wordt aangehaald is de autonoom rijdende auto: data die de auto direct nodig heeft om te kunnen rijden, bevindt zich bij voorkeur in de auto. Dat kan letterlijk door de data te bewaren en te processen op een chipset die onderdeel is van de auto, of op een device dat de bestuurder draagt. We hebben het dan bijvoorbeeld over verkeersinformatie: dat is data waarover de auto direct moet kunnen beschikken. Daarentegen zal het voertuig minder regelmatig onderhoudshistorie te hoeven raadplegen. Die data kan dus in een externe cloud worden bewaard. Door gebruik te maken van machine learning en kunstmatige intelligentie (AI) kan worden bepaald welke data cold of hot is en wanneer specifieke data geraadpleegd moet kunnen worden.

Het meest aangehaalde argument voor edge computing is ‘latency’. Door data dicht bij de gebruiker te houden, voorkom je vertraging in de verwerking van data omdat de data niet eerst over een netwerk getransporteerd wordt. Daar is niks nieuws aan. Sterker: het is het oude idee achter client-server-architecturen. Klassieker dan dat gaat het niet worden. TITM noemt het ‘back tot he future’ en dat is volledig terecht.

Helaas gaat het artikel in TITM voorbij aan de belangrijkste reden voor edge computing en dat is ons klimaat. We bouwen als branche voortdurend nieuwe datacenters die bovendien steeds meer capaciteit krijgen. Die capaciteit is noodzakelijk om aan de steeds sterker toenemende vraag te kunnen voldoen. Dankzij het Internet of Things en de mogelijkheden om steeds meer data aan elkaar te verbinden en deze te doorzoeken in Big Data-projecten, neemt de vraag naar rekenkracht en opslag exponentieel toe. Er is maar één manier om aan de vraag te voldoen en dat is door het aantal datacenters uit te breiden, in aantal en capaciteit. Hoe milieuvriendelijk die datacenters ook zijn, ze dragen altijd bij aan de impact op ons klimaat. Datacenters produceren warmte en moeten worden gekoeld, dat op zich ook weer energie kost – hoe je het ook doet.

Eén manier? Nee: een andere manier is de inzet van edge computing. Door onbenutte rekenkracht en opslag aan de randen van het internet in te zetten, door deze capaciteit aan de randen te benutten als een soort extensie van de centrale clouds. In een artikel op ‘A Cloud Guru’, geschreven door techfuturist Riccardo Di Blasio, las ik iets over een Europese startup, GITG (GreenITGlobe). Zij leveren IT als energie, met bouwblokken die dicht bij de klant worden geïnstalleerd. Deze bouwblokken fungeren als servers en opslagmedia, allemaal in converged racks. Deze bouwblokken samen vormen een cloud, de capaciteit aan de randen kunnen als centrale cloud worden benaderd.

Maar wat als we een stap verder gaan? Door echt gebruik te maken van onbenutte capaciteit die al bestaat of die wordt gebruikt in combinatie met een geheel andere functionaliteit? Ook dat idee is niet nieuw. In 2014 schreef ik op Ispam.nl al een verhaal over twee bedrijven die met dergelijke initiatieven druk waren: in Duitsland was dat Cloud&Heat en in Nederland Nerdalize. Bij Nerdalize is de kern van de oplossing de zogeheten CloudBox – die in 2014 nog GridHeater heette: een computer-radiator. Het apparaat voert rekenopdrachten uit en stuurt de resultaten via een grid terug naar de opdrachtgever. Tijdens het rekenwerk zorgt computing power ervoor dat de server opwarmt en zo het huis verwarmt. Cloud&Heat levert complete IaaS-dienstverlening op basis van servers die elders in panden en huizen staan: ook hier leveren de servers energie voor verwarming en warm water. Ik was en ben hier nog steeds erg enthousiast over.

Het principe van Nerdalize en Cloud&Heat kun je evenwel ook ‘omdraaien’: gebruikmaken van rekenkracht die al aanwezig is in apparaten, zoals bijvoorbeeld slimme meters. Vele kleintjes maken immers één hele grote. Vergelijk het met peeringtechnieken waarbij de gebruiker een bestand download door van diverse computers (peers) kleine stukjes te downloaden die uiteindelijk door peeringsoftware tot bijvoorbeeld één song worden geplakt. Als die miljoenen slimme meters nu eens allemaal als peers zouden fungeren en hun onbenutte capaciteit ter beschikking stelden? Dat moet natuurlijk veilig en daar komt een hoop bij kijken. Juist daar zouden AI-platformen en machine learning (wanneer is een peer beschikbaar en hoe) een grote rol kunnen spelen – wereldwijd.

Al deze technologieën zouden uiteindelijk moeten leiden tot een bijdrage aan de oplossing voor een fors probleem: het opwarmen van onze aarde. We zullen als IT actief op zoek moeten naar alternatieven voor steeds meer en grotere datacenters. Edge computing is mogelijk een deel van de oplossing.